|
|
| Functies |
Floris Leden
 |
Een functie is eigelijk een beetje hetzelfde als een formule. Alleen schrijf je het wat anders. Een Formule kun je zo schrijven:
y = ax+b
Dat is de standaard opbouw van een formule. Functies kun je op verschillende manieren schrijven, ik zal de pijlnotatie straks voor doen, maar ook de normale schrijfwijze van een functie.
Bij Functies heb je een origineel en een beeld. Je kunt dit vergelijken met een formule:
X = Origineel
Y = Beeld
De pijlnotatie van een functie gaat zo:
Origineel -> Beeld
Eigelijk is dat ook zo bij een formule. Even een voorbeeld:
y = 2x + 7
Voor X gaan we 3 invullen.
y = 2*3 + 7
y = 6 + 7
y = 13
Je weet nu dat bij een functie
X = Origineel (de invoer);
Y= Beeld;
Als pijlnotatie krijg je dus:
Origineel -> Beeld
3 -> 13
De invoer/origineel is 3, het beeld van 3 is 13. Een hele functie in pijlnotatie schrijf je zo:
x -> 3x + 2
In deze functie is een origineel van 5 gelijk aan een beeld van 17. Want:
x -> 3*5 + 2
x -> 17
------------------------------------------
De pijlnotatie
x-> 3x + 2
komt op hetzelfde neer als een formule
y= 3x + 2
------------------------------------------
Nu nog een andere manier van opschrijven, waarbij we de functie een naam geven en het beeld nu de functiewaarde noemen:
Je kunt de pijlnotatie de naam F geven door:
f: x-> 3x + 2
op te schrijven. Nu moet je een functiewaarde ( beeld/x ) toevoegen. Nu schrijven we de functie zo:
(naam fuctie)((functiewaarde)) = ax + b
Even een voorbeeld:
f(3) = 5x + 9
De functiewaarde is 3, want er staat dat functie f de functie waarde 3 heeft (3). X is dus 3
F(3) = 5*3 + 9
F(3) = 15 + 9
F(3) = 24
Dit kun je korter schrijven, zo:
f(3) = 5*3 + 9 = 24
Je kunt ook de tussenstap nog opschrijven:
f(3) = 5*3 + 9 = 15 + 9 = 24
Hopelijk was dit duidelijk genoeg!
Floris |
|
|